Toevlucht nemen tot de adem van de Boeddha

Dit kun je doen tijdens zitmeditatie, en tijdens ieder ander moment van de dag.

Terwijl je inademt neem je toevlucht tot de adem van de Boeddha. Terwijl je uitademt neem je toevlucht tot de adem van de Boeddha. Steeds opnieuw.

Wanneer je tijdens het ademen werkelijk toevlucht neemt tot de adem van de Boeddha, dan voel je hoe de Boeddha ademt. Je voelt de inademing van de Boeddha en je voelt de uitademing van de Boeddha. Je wordt deelnemer aan de ademhaling van de Boeddha.

Wanneer je ademt met de adem van de Boeddha wordt je het ademende lichaam van de Boeddha. Je ontdekt hoe het is om als Boeddha te ademen. Op die manier heb je de Boeddha tot leven gewekt, je bent de Boeddha geworden.

In die staat ervaar je een enorme veiligheid, rust, en stabiliteit. Je bent meer geworden dan wie je altijd dacht te zijn. Je bent vrij van je gedachten en je gevoelens, zowel de prettige als de onprettige. Niet dat ze weg zijn, maar ze beheersen je niet meer. Je merkt misschien dat er angst is, en je blijft toch heel rustig en gelukkig. Je ziet de angst als een product van je geest, meer niet.

Eigenlijk is dit een heel eenvoudige oefening, die we vaak kunnen doen. Het hoeft heus niet de hele dag door, maar er zijn iedere dag genoeg momenten waarop het waardevol is. Bijvoorbeeld wanneer je gezinsleden of je vrienden het heel zwaar hebben. Er is een groot verschil tussen luisteren als een ademende Boeddha en luisteren met alleen je oren en je geest. Wanneer je alleen met je oren en je geest luistert, dan kan het zijn dat je het luisteren na een tijdje erg zwaar gaat vinden en dat je begint te verlangen naar iets anders, iets vrolijkers. Maar wanneer je luistert als een ademende Boeddha, dan ben je zo gelukkig en stabiel dat je niet bang bent dat je eigen geluk verdwijnt, en je ziet ook dat de ander heel mooi is op dat moment, ondanks het lijden. Je bent blij om samen met de ander te zijn en je geluk, rust en ruimte te kunnen delen.

We kunnen deze oefening doen iedere keer als we merken dat er onrust is, in onszelf of in onze omgeving. Als we werkelijk toevlucht kunnen nemen, dan worden we snel rustig. Maar we doen het te weinig. Dat kan komen omdat we niet kunnen geloven dat het zo eenvoudig is om een Boeddha te zijn. We menen dat het heel ingewikkeld is, dat we nog veel meer moeten leren en oefenen. Maar eigenlijk is het enige moeilijke eraan het kunnen geloven dat dit het is, dat het zo simpel is. Ga het proberen: toevlucht nemen tot de adem van de Boeddha.