De Dharma

De Boeddha is de leraar. Hij is degene die de weg heeft aangelegd en de weg kan uitleggen omdat hij langs die weg heeft gelopen. Het is de weg naar bevrijding, inzicht en compassie.

De Sangha zijn de leerlingen van de Boeddha, de mensen die samen de weg bewandelen. Ze ondersteunen elkaar en delen hun inzicht en compassie door zonder oordeel naar elkaar te luisteren.

De Dharma is de leer van de Boeddha. De Dharma helpt ons om uit onze illusies en gewoontes te stappen. Het legt ons de middenweg uit, de weg van non-discriminatie, en leert ons dat we noch goed, noch slecht zijn. De Dharma is overal te zien, in alles en iedereen. Om het te kunnen zien hebben we het Dharma-oog nodig. Dat is inzicht, diep kijken. Om bij ons inzicht te kunnen komen moeten we niet te snel zijn maar juist stoppen. Uit gewoonte reageren we altijd te snel en trekken we te snel conclusies. Onze zicht is dan beperkt en we trekken de verkeerde conclusies. En dat is heel spijtig want door de verkeerde conclusies te trekken gaan we denken, spreken en handelen zonder inzicht en brengen we onbewust lijden om ons heen en in onszelf.

De Dharma leert ons dat alles verandert, dat we geen vaste kern hebben oftewel geen-zelf en dat niet alleen alles voortdurend verandert maar dat bovendien alles ook uitdooft. De eerste keer dat ik dat hoorde dacht ik: “lekker is dat, er is dus niets! Niets blijft! Alles gaat weg! Alle leuke dingen gaan weg!” Ik vond het maar niks en ook best eng. Maar dat komt omdat ik uit mijn gewoontes aan het denken was en door mijn beperkt begrip zag ik alleen wat mijn geest projecteerde en niet de werkelijkheid.

Na vele jaren retraites met mijn leraar Cuong Lu en steeds dieper leren kijken en steeds vaker stoppen i.p.v. direct te reageren, denk ik daar nu heel anders over. Ik heb iets heel moois ontdekt. Dat we geen zelf hebben, dat alles verandert en dat alles uitdooft is het mooiste dat kan gebeuren. Dat maakt dat het leven zo rijk is. Niets is vast voor altijd en tegelijkertijd is alles er altijd! Lijden en geluk zijn gelijkwaardig.

De Dharma is een paradox en dat is heel normaal want het gaat boven het begrip van onze geest. Onze geest moet altijd keuzes kunnen maken. Daarom discrimineren we zo graag. De Dharma zegt eigenlijk: je bent niemand en je bent alles. Tegelijkertijd. Je bent je voorouders en de toekomstige generaties. Je bent de aarde, de lucht, het vuur, het water. Je bent een ontstaan. Dat proces van ontstaan, geen-zelf en uitdoven is een doorlopend proces en gebeurt simultaan. Daarom moeten we leren alles te waarderen en er dankbaar voor te zijn want niets blijft hetzelfde. Dat kan niet! Het leven is een stroom. En wat nog mooier is, is dat er eigenlijk geen geboorte en geen dood is, geen komen en geen gaan. In ieder moment is alles aanwezig, wat ooit zal zijn of is geweest. En dat is onmetelijk groot, of klein! De woorden zijn te beperkt. Ze zijn concepten die de grootheid van de Dharma niet kunnen omvatten. Er is maar een mogelijkheid om te weten wat de Dharma is: het ervaren. De Boeddha, de leraar, heeft vertrouwen in ons en als we vertrouwen in onze leraar hebben zijn we open en kunnen we ons beperkte begrip overstijgen. Dat is het verhaal van de Lotus-soetra waarin de Boeddha zijn leerlingen helpt om verder te kijken dan waartoe hun geest ze in staat stelt. En zij ontdekken dat alle Boeddha’s één en dezelfde Boeddha zijn. Alles is er al. Niet meer en niet minder.

In de Dharma-dimensie is er geen verleden, geen nu en geen toekomst. Wat we verleden noemen is maar een opsomming van herinneringen opgeslagen in ons geheugen. De toekomst is een projectie van onze geest in iets dat nog niet is. En ons nu is bepaald door onze ideeën over het verleden en onze ideeën over de toekomst. Maar waar de Dharma is, is geen tijd en alle tijden tegelijkertijd.

Als ik een vergelijking mag gebruiken zou ik zeggen dat de tijd, in onze gewone alledaagse dimensie, een lijn van A (onze geboorte) naar B (onze dood) is en in de Dharma-dimensie is het een oneindige sfeer. De tijd gaat tegelijkertijd in alle richtingen. We kunnen niet meer over verleden of toekomst praten. Het is er en het is er ook niet. Je kunt het niet vasthouden of pakken te krijgen.

Wat betreft de ruimte, het is in ons dagelijks leven wat we zien als “ik” en “de ander”. Als je jezelf bent kun je niet de ander zijn. En toch is er in de Dharma-dimensie geen onderscheid meer: je bent de ander en de ander is jou.

En dan komt de vraag: “Maar wat heb ik eraan?”. (Dat is onze geest, ons ego, die het nut daarvan wil weten!) Nou, het verandert drastisch je kijk op het leven! Want ineens besef je dat je niet een klein “ik” bent maar ook je voorouders. Om het in één zin te vatten: je bent het leven. En als je terugkijkt naar je “ik” zie je dat je een verkeerde beeld van jezelf had en ook van de anderen. Je dacht dat je eenzaam was maar dat is niet zo. Het is zelfs onmogelijk. Je bent in constante verbinding met alles en iedereen. Je kunt ontspannen in plaats van te vechten. Je bent je vrienden en je vijanden. Er is geen onderscheid meer. Als je beide bent is het onmogelijk om te oordelen. Wie veroordeel je dan? Wie heb je lief? Eigenlijk jezelf! Je begint steeds meer van iedereen te houden en iedereen te willen helpen. Je wilt heel graag dat we elkaar in de Dharma-dimensie ontmoeten. De Dharma-dimensie is niet ergens ver weg in de toekomst. Nee! We kunnen het ieder moment aanraken. We hoeven alleen maar even te stoppen met onze automatische piloot. Onze illusies, onze concepten en onze ideeën laten uitdoven. We gaan ademen, toevlucht nemen in de adem van de Boeddha en van de Sangha en de dimensie van de Dharma binnenstappen. Het is wat Cuong “Thuis” noemt. Terug naar de bron, naar de oorsprong. Daar is er geen angst. Als je Thuis bent ervaar je wat echt geluk is.