Ons (geestelijk) huis grondig aanpakken

We hebben een oude boerderij gekocht en we pakken het grondig aan. We hebben vloeren en muren gesloopt, elektriciteitskabels weggetrokken, de keuken afgebroken enzovoorts. Het huis wordt ontleed en heeft voor ons geen geheimen meer. We hebben alle hoeken gezien, alle gebinten, alle muren en vloeren. We ontdekten lagen tegels op elkaar, lagen verven op elkaar. Soms waren allerlei soorten oude planken gebruikt om er een vloer van te maken. Het huis is meer dan 130 jaar oud, heeft vele bewoners gekend en iedereen had zijn eigen visie over de indeling van de ruimte. De een wilde op die muur een raam, de andere niet, daar moest een muur en de volgende heeft die weggehaald. Sommige hebben wat geklutst en daardoor was de vloer op de verdieping niet meer recht. En nu zijn we bij de basis gekomen en kunnen we opnieuw gaan bouwen. We weten hoe hij in elkaar zit.

Deze boerderij heeft dus veel geschiedenis. Het heeft meerdere generaties mensen behuisd die hun steentje hebben bijgedragen aan de boerderij zoals die nu is.

Onze geest is ook als een huis. Er is een hele geschiedenis in onze eigen geest. We hebben de invloed van onze voorouders, van onze cultuur en opvoeding gehad. Vaak kennen we onze geest niet goed. We blijven aan de oppervlakte en we weten helemaal niet wat achter de “muren” zit en wat de fundering is. We zijn onwetend. We weten niet dat we ons geestelijke huis ook kunnen aanpakken en ontleden om terug te gaan naar de essentie van wat onze geest is. Als we helemaal naar de essentie gaan, gaan we terug naar de leegte. Vanuit de leegte is onze geest uit de ervaringen van vele generaties opgebouwd. Iedere generatie bouwt constructies in het “huis”. Als we alle constructies zo laten wordt het steeds onoverzichtelijk. Zonder onderhoud gaan dingen op den duur niet meer goed functioneren. We hebben geen idee waar het vandaan komt. De een neemt dat voor lief, de ander raakt ontmoedigd bij de gedachte om de boel flink aan te pakken en nog een ander ziet geen noodzaak aan iets te veranderen. Totdat de boel instort, geestelijk gezien.

Net als een huis kunnen we heel kritisch naar onze geest kijken, die regelmatig onderhouden en spullen die niet meer nodig zijn weghalen. We moeten heel alert blijven op wat we aan constructies toevoegen in ons geestelijk huis! We bouwen constant van alles in ons hoofd, we onthouden alle vervelende ervaringen en alle leuke ervaringen. We houden zoveel vast dat er geen ruimte meer is voor iets nieuws. We moeten leren ruimte maken, oude spullen weg te doen, frisse lucht in het huis binnenlaten en het overzichtelijk houden. Iedere dag weer. Om er geen rommel van te maken die we ons hele leven meesjouwen.

Ik moet toegeven dat het wel een beetje moed vraagt, net als om het huis aan te pakken, want je weet niet wat je tegenkomt. Zoals je mensen hebt om je heen die je kunnen helpen om je huis aan te pakken, heb je ook mensen om je heen die kunnen helpen om je geest beter te begrijpen. Daar is een sangha voor. Een groep mensen die je kan helpen om beter in jezelf te zien wat er aan de hand is, waar je vastloopt, wat je aan onnodige constructies toegevoegd hebt en wat je kwijt kunt zodat je geestelijke huis een echte Thuis kan worden waar iedereen en alles welkom is. Alle gevoelens, alle emoties, alle ideeën zijn welkom want je weet dat ze niet blijven als je ze niet vast gaat houden en aan de muur spijkeren of in de kasten stoppen. Zo word je de architect van je eigen geestelijk huis en houd je het overzichtelijk. Je wordt niet verrast want je weet precies wat je hebt.

Uiteindelijk zien we dat een (geestelijk) huis, lichaam, gevoelens, emoties, gedachten niet echt van ons zijn. We lenen voor een tijdje van het leven en geven we het weer terug. Net als de adem, het komt binnen en gaat weer naar buiten. De adem binnenhouden kun je niet lang doen, en ook niet de adem buiten houden. Want als je dat doet, eindigt je leven in dit lichaam.