Ademen

Ik adem,
de adem in van een pasgeborene
en de adem uit van een stervende,
de adem in van een schichtige ree
en de adem uit van een brullende leeuw.

Ik adem in samen met een zeepaardje
en adem uit samen met een walvis.
Mijn adem is de adem van een boom, van een bloem, van een sprietje.
Het is de adem van een rivier op weg naar de zee
en de adem van de zee op de ritme van de golven.
Het is de trage adem van een rots samen met de adem van de bergen.
Ik adem met jou en jij met mij.
Van wie is de adem? Van niemand en alles.
Het is de adem van de sterren, van de planeten
en van de zonnen en van de manen.
De hele kosmos ademt en we ademen mee.