Stabiliteit

In de yogales van afgelopen maandag was het thema Stabiliteit. Het ging om uit het hoofd te gaan om bewust van het hele lichaam te worden. Het hoofd is zwaar, hoog in het lichaam en vaak vol gedachten. Als het contact met het lichaam kwijt is, merk je gaten in de grond of de stoeprand niet en … kunnen er ongelukken gebeuren! Mensen die vaak in hun hoofd zitten krijgen vaker te maken met evenwichtsverlies en motorische problemen.

Tijdens een evenwichtsoefening worden de cursisten gevraagd om de voeten te laten versmelten met de grond en er één mee te worden. En als een olievlek steeds meer verbinding te maken met de omgeving, de vloer van de ruimte waar ze staan en zover mogelijk hun bewustzijn uit te breiden. Dat geeft een enorme oppervlakte waar je heel stabiel kan staan. Je wordt één met je omgeving en de mensen om je heen. De grenzen verdwijnen. Zo voel je je stabiel. Je basis is dan enorm groot.

Zo gaat het ook met de mind, de geest. We kunnen in de mind blijven, in de regisseursrol zoals Hubert het afgelopen maandag noemde. Maar we kunnen ook stoppen met kiezen, discrimineren en oordelen en ons bewustzijn fragmenteren. Mijn ervaring is dat ik me door te kiezen mentaal uit evenwicht breng, omdat ik op een klein gedeelte van een situatie of gebeurtenis focus. Ik isoleer me en verlies de verbinding met de omgeving en het leven. Mijn waarneming wordt dan gekleurd. Als het me lukt om mijzelf groter te maken door uit mijn ik te komen, voel ik me veel stabieler en stop ik met oordelen. De situatie wordt helderder en het wordt makkelijker om de juiste beslissing te nemen.

Er zijn evenementen in het leven die ons onstabiel kunnen maken. Als je bijvoorbeeld beschuldigd wordt van iets dat je niet gedaan hebt, waardoor mensen om je heen je niet meer vertrouwen, kun je daar makkelijk onder gaan lijden. Maar hoe je met deze situatie omgaat, bepaalt hoe groot of klein het lijden wordt. Stel: je wordt door een van je kinderen beschuldigd van kindermishandeling toen het jong was. Je weet dat het niet waar is. Je kunt heel boos worden en nooit meer met je kind willen praten. Als gevolg komt er een breuk in de familie. Op dat moment, blijf je in je kleine ik dat gekwetst is. En dan ga je lijden en maak je het lijden nog groter bij je kind. Het zal altijd knagen. Je zal aan je kind denken en weer heel boos worden. Dat is de eerste reactie.

Maar als je het geluk hebt om de Dharma te kennen, is er een andere mogelijkheid: je weet dat je veel meer bent dan een ik en kun je jezelf groter maken. Je weet dat je kind ook jou is. Zijn lijden is jouw lijden. Je kunt niet meer boos blijven. Je wilt alleen helpen. Je wilt je kind helpen om dieper te kunnen kijken. Je wordt heel kalm ondanks de storm. Je bent volledig aanwezig en je weet dat alles tijdelijk is, dat de storm, hoe heftig die ook is, ook voorbij zal gaan. Je weet dat je niet alleen je kind bent, maar al je kinderen en je hele familie, inclusief je voorouders. Je voelt en vraagt de steun van de familie en dat maakt je veel stabieler. Natuurlijk komen gedachten en verdriet voorbij maar het is gedeeld. Het is niet meer zo zwaar. Je hoeft niet meer alles zelf te dragen. Je neemt het niet meer persoonlijk. Er is lijden maar het is niet van jou persoonlijk. Je hebt weer vertrouwen. Dat is het verhaal van het glas met zout water. Het is niet te drinken. Maar gooi je die in een rivier dan blijft het water van de rivier nog steeds drinkbaar. Je merkt niets meer van dat zout.

Liefde in de zin van compassie kent vele vormen: kalmte en stabiliteit zijn volgens mij aspecten ervan. En ondanks de pijn is geluk nog steeds aanwezig. Dat is het vertrouwen in het leven, wat ook gebeurt. Dat is wat zo’n groot geluk geeft en mensen door moeilijke situatie heen kan laten varen. Het voorkomt het kapot maken van bijvoorbeeld je familie en, op grotere schaal, de maatschappij. Dat is ook wat de Boeddha zegt in de Dhammapada. Als we die toepassen voelen we ons veel stabieler:

3- ‘Hij schold mij uit, hij sloeg mij,
hij versloeg mij, hij beroofde mij.’
In hen die zulke gedachten koesteren
is haat niet gestild.

4- ‘Hij schold mij uit, hij sloeg mij
hij versloeg mij, hij beroofde mij.’
In hen die zulke gedachten niet koesteren
is haat uit zichzelf gestild.

5- Haat gestild worden door haat,
dat bestaat niet in dit leven.
Haat gestild worden door geen-haat,
dat is de eeuwige wet.

(Dhammapada, verzen 3, 4 en 5, vertaald door Cuong Lu tijdens de retraite de Weg tot Rust, 2018)

En let wel op dat Cuong nadrukkelijk zegt: ‘Haat gestild worden door geen-haat,..’, dus niet  ‘Haat gestild worden door liefde,..’ want dat is weer de mind die probeert iets negatiefs in iets positiefs te veranderen. En dan ben je nog steeds in de greep van je mind. ‘Geen-haat’ is hetzelfde als ‘geen-liefde’, ‘geen-mind’, ‘geen-ik’. Het is de ruimte waarin je vrij bent van je mind.