Dankbaarheid

We leven op dit moment in een zeer onrustige tijd. We ervaren angst, onzekerheid en bezorgdheid. Als we het dagelijkse nieuws volgen, dan worden deze gevoelens nog meer gevoed. In ons hoofd kunnen allerlei gedachten rondgaan, over onze veiligheid en die van onze dierbaren, over onze inkomsten en onze toekomst. Deze gedachten en gevoelens vertroebelen onze mind, waardoor we minder goed in staat zijn om voor onszelf en de wereld om ons heen te zorgen.

Er is een heel simpel tegengif tegen deze gevoelens: dankbaarheid. Er is heel veel om dankbaar voor te zijn, veel waar we normaalgesproken niet bij stilstaan. Een crisis als deze kan ons doen beseffen hoe gelukkig we zijn en hoeveel we eigenlijk wél hebben. Het verlangen naar grote dingen zoals rijkdom, macht, luxueus eten, mooie reizen maakt ons eigenlijk onrustig, omdat dit soort verlangen nooit tevredengesteld kan worden. We kunnen dat beseffen nu we teruggeworpen zijn op onszelf, onze woning, ons gezin, op een klein overzichtelijk leven.

Het eerste waar we dankbaar voor kunnen zijn, zijn onze longen. We kunnen onze aandacht volledig op onze longen vestigen en waarnemen hoe onze ademhaling de longen vult en weer verlaat. Zeker in deze tijd is het niet vanzelfsprekend dat je zo vrij kunt ademen. Bedankt longen! Zulke aandacht is een soort voedsel, een soort medicijn voor je longen. Je voelt dat je longen gelukkig zijn, en je bent zelf ook gelukkig.

Iets anders waar we dankbaar voor kunnen zijn is het voedsel dat we eten. Hoe vaak staan we daar normaal eigenlijk bij stil? Nu we bijna in een soort oorlogssituatie zijn kunnen we plotseling beseffen hoe bijzonder het is om iedere dag voedsel te hebben. Je kijkt naar je borg voordat je gaat eten en je denkt: wat een prachtig gezicht! Het eten met aandacht en dankbaarheid maakt het eten lekkerder, voedzamer en gezonder.

Er is een boeddhistische oefening die je voor het eten kunt doen: de 5 contemplaties. Cuong Lu heeft die herschreven in 5 korte krachtige zinnen, die uitnodigen tot onderzoek.

1. Ik kijk naar dit voedsel en weet waar het vandaan komt.
Je kijkt naar je bord en ziet bijvoorbeeld rijst, groente en tempé. De rijst komt misschien uit Azië, de groente uit Nederland en de tempé uit een zuidelijk land. Hoeveel moet er niet gebeurd zijn voordat dat voedsel op je bord kon belanden? Hoeveel mensen hebben niet daarbij geholpen. Als je maar lang genoeg kijkt, dan besef je steeds meer hoezeer we verweven zijn met de hele wereld.

2. Ik zie dat veel mensen op de wereld geen voedsel hebben.
Misschien dat de crisis, het hamstergedrag en beelden van lege schappen je hebben doen beseffen dat het kunnen kopen van eten niet vanzelfsprekend is. Voor veel mensen op de wereld is dat realiteit. Ze hebben minder te eten dan wat goed is voor hun lichaam. En ze zijn niet kieskeurig als ze eten kunnen krijgen. Ieder voedsel wordt gezonder wanneer het met dankbaarheid gegeten wordt.

3. Ik eet dit voedsel om mijn lichaam de juiste voeding te geven.
Voedsel is medicijn. Het geneest je van de ziekte die honger heet. Het bevat bovendien allerlei stoffen die nodig zijn om je lichaam gezond te houden. Als we naar ons bordje kijken als een middel om ons gezond te maken, gezond te houden, dan eten we op een andere manier. Dan gaan de happen niet gedachteloos naar binnen maar worden ze begeleid door je aandacht. Daardoor smaakt het lekkerder, kauw je langer en wordt het eten gezonder.

4. Ik weet dat mijn geest ook de juiste voeding nodig heeft.
Wanneer we op deze manier van onze maaltijd een meditatie maken, in plaats van gewoon onze maag te vullen, dan voeden we niet alleen ons lichaam, maar ook onze geest. We nemen een hap en voeden onze geest. Eigenlijk kunnen we van alles wat we doen geestelijk voedsel maken. Wanneer we ons inzicht wakker kunnen maken en houden, dan wordt iedere handeling een gewijde handeling. Een handeling als gezonde voeding voor onze geest. Dan kan alles wat je doet en wat je overkomt een bron van dankbaarheid worden.

5. Ik zet dit voedsel om in inzicht en compassie.
Wanneer de contemplatie ons inzicht wakker maakt, dan voelen we een grote dankbaarheid. Ons lichaam is een geschenk van het leven. We hebben het niet verdiend, we hebben het zomaar ontvangen. Uit dankbaarheid willen we goed voor het leven zorgen. We voelen een liefde voor onszelf en de wereld om ons heen. We hebben de behoefte om onze rijkdom (materieel en/of geestelijk) te delen met anderen die dat nodig hebben. We hebben steeds meer ruimte om het lijden van onszelf en onze omgeving toe te laten en te verzachten.

Dankbaarheid brengt rust, rust in onrustige tijden. Het brengt rust voor jezelf, en daarmee rust voor je omgeving. Dat kan de wereld goed gebruiken!