Zorgen voor elkaar

Aan het begin van het jaar 2019 kregen we van Cuong een nieuwsbrief waar hij zijn diepste wens uitdrukte: “In 2019 zullen we een heel jaar hebben om voor elkaar te zorgen. Wanneer we voor elkaar zorgen, zorgen we voor het leven. Met deze nieuwsbrief, heb ik een motto voor ons om te beoefenen. Dat is: “Zorgen voor elkaar is de beste manier om voor onszelf te zorgen.” Dit is tevens mijn wens aan iedereen.”

Vaak horen we dat om voor anderen te kunnen zorgen moeten we eerste voor onszelf zorgen. Dan pas zijn we er klaar voor en hebben we genoeg energie om te kunnen helpen. Maar wanneer zijn we dan klaar met onszelf en kunnen we voor de ander zorgen?

Toch in ons leven gebeurt het regelmatig dat we voor iemand anders moeten zorgen of dat ons hulp gevraagd wordt. Meestal doen we dat graag. Het geeft ons een goed gevoel dat we iets voor iemand anders kunnen doen. En we vinden het fijn als we nog een bedankje krijgen. Maar wat dan als de tijdelijke hulp langdurig wordt en dat de zorgen die we geven niet gewaardeerd worden? Hoe kunnen we het vol houden zonder verbitterd of uitgeput te worden, zonder zich gevangen te voelen in onze taak?

Afgelopen jaar sinds maart tot dit jaar in mei moest ik vaak naar Frankrijk gaan omdat mijn moeder zorg nodig had. Het heen en weg rijden en de zorgen waren fysiek best vermoeiend. Dit jaar kwam nog het leeg maken van het huis van mijn moeder die in de verkoop ging en haar verhuizing in een kleinere woning. Door familieomstandigheden bij mijn broer stond ik er alleen voor. Het was een prachtige gelegenheid om mijn geest te bestuderen en te observeren hoe ik me in de verschillende periode voelde afhankelijk van mijn geestestoestand.

Ik ging door verschillende ups en downs. Het merkwaardig was dat zodra mijn ik sterk was, voelde ik me erg snel geïsoleerd en had ik medelijden met mezelf dat ik alles alleen moest doen. Ik was gevangen door mijn gedachten en afgescheiden van het leven. Ik kon geen verbinding maken met mijn “wortels” en kreeg dus geen voeding.

Hoe kan ik contact met mijn wortels maken? Met een ik lukt dat niet. Een ik is verbonden aan de werelddimensie. Dat is de dimensie van alledaags waar we erin moeten overleven. Overleven is de eerste functie van een ik. Het helpt ons om constant alert te zijn in het verkeer, met het omgaan met ons gezinsleden en collega’s en met onbekende situaties. Het neemt de omgeving op met de hulp van de zintuigen en bepaalt of er gevaren zijn of niet. De functie van een ik, die gevormd is door de manas (een van de aspecten van ons bewustzijn), is dus om onszelf te verdedigen of te beschermen. Daarvoor heeft het een systeem ontworpen van herkenning van wat voor ons goed is en wat voor ons niet goed is. Dus vanuit een ik moet ik vooral goed voor mezelf zorgen. Dat is heel natuurlijk zou je kunnen zeggen. Het enige probleem is dat het heel kortzichtig is.

Wat de manas snapt van het leven is heel beperkt. Het discrimineert en deelt het leven in stukjes: wat van jou is en wat van de ander is, ik en jou, en alle tegenstellingen die je kunt bedenken zijn een creatie van de manas die het ego en de ik vormt. Het heeft een vorm van logica die best simpel is: wat goed is blijft altijd goed en wat slecht is blijft altijd slecht. Het kan niet de grootsheid van het leven bevatten waar uiteindelijk niets goed of slecht is.

Een ding dat het ego absoluut niet fijn vindt is lijden. Lijden hoort niet bij de leuke ervaringen en moet vermeden worden op alle manieren: ontkenning van pijn, verzet tegen pijn of onprettige ervaringen, liegen, boos worden als je je zin niet krijgt. Voor sommige is drugs of alcohol gebruiken, seks hebben om aangename sensaties in het lichaam te krijgen, veel geld verdienen om een gevoel van controle te hebben over het geluk, proberen iemand te zijn door gezien te worden, de manier om pijn en verdriet te onderdrukken.

Deze strategie werkt helaas voor het ego niet op lange termijn. Het zorgt voor eenzaamheid, voor onstabiliteit en voor onrust. Dat is niet de weg om voor elkaar te zorgen.

Als ik voor iemand wil zorgen vanuit mijn ego, ga ik het niet lang vol houden want het is, simpelweg, niet in het belang van mijn ego. Na een paar weken of maanden wordt het langzaam zwaarder. Vooral als degene voor wie je zorgt nooit een complimentje geeft of als je door te helpen en aanwezig te moeten zijn een heleboel activiteiten die je leuk vindt moet afzeggen. Je vindt dat je niet aan jezelf toekomt en je hebt steeds minder zin om te helpen. “Genoeg! Nu ik”, denk je dan.
We hebben een totaal andere kijk op wie we zijn nodig om langdurig te kunnen helpen zonder uitgeput te raken. Zolang dat we als afgescheiden entiteiten naast elkaar leven hebben we de diepte van het leven en onze gemeenschappelijke wortels nog niet ontdekt.

Wat kan ons stabiliteit, rust en verbinding geven waardoor we geluk en vreugde blijven ervaren tijdens het verzorgen van anderen?

De eerste is het besef dat ik als persoon één met het leven ben. Wat betekent dat? Dat betekent dat ik niet afgescheiden ben van het leven en van de ander. Het leven neemt constant andere vormen aan. We geloven dat we geboren zijn en dat we doodgaan op een bepaalde dag. Dat er niets vóór was en niets na. Of misschien geloven we wel in een paradijs die op ons wacht als we ons lichaam hebben verlaten. We willen zo graag dat er iets is dat altijd blijft, een ziel, een bewustzijn. Dat laat zien hoe we aan het idee van een ik gehecht zijn. Een ik die juist voor eenzaamheid zorgt en discriminatie. Onze leraar Cuong geeft vaak het voorbeeld van een appel om ons een andere dimensie te laten ervaren. Een appel is een peer, zegt hij, of een peer is een appel. Als je lang genoeg wacht wordt een appel vanzelf een peer. Je hebt een appelboom en naast een perenboom. In de herfst vallen de appels en de peren van de bomen af. De appels en de peren gaan rotten en opgenomen worden door de grond en de wortels van de bomen. In de volgende lente is een appel een peer geworden en een peer een appel! En nog verder: in de appels en de peren zijn de hele appel- en perenbomen aanwezig en ook de aarde, de lucht en het water, de zon, de goede zorgen van de tuinman, de compost en alle andere planten en diertjes die eerder leefden. Eigenlijk als we diep kijken, is de hele kosmos aanwezig in alle vormen die we via onze zintuigen ervaren.

Dat gaat tegen de logica van ons manas in. Die is niet gewend om op die manier naar zichzelf en de ander te kijken! Dat is echt een training. En dat is een hele leuke training. Het verrijkt enorm mijn leven. Het leven is niet meer beperkt tot een geboortedatum en een sterfdatum. Het oneindig is mijn tijdduurte. Verleden, heden en toekomst zijn gesmolten in één. Het idee van ruimte en tijd lost op. Ik ben er, ik ben altijd geweest en ik zal er altijd zijn maar niet als een ik! Het is een kwestie van mezelf te herkennen in alle uitdrukkingen, vormen en expressies van het leven.

Nu is het mogelijk om werkelijk voor elkaar te zorgen. Ik weet dat ik in feite niet anders ben dan degene aan wie ik zorg geef. Er zijn geen twee. Beide hebben we dezelfde wortels, we zijn identiek in onze essentie en verschillende in onze vormen. De vormen is vergankelijk. De essentie niet. We komen uit dezelfde bron en gaan terug naar dezelfde bron. Ik voel me ondersteund door het hele leven en ik ben één met het leven. Ik ben tegelijkertijd degene die zorg geeft en degene die zorg ontvangt. Er is geen sprake van een ik en jij. De rechterhand en de linkerhand zijn beide het lichaam.

Op die manier afgelopen jaar, toen ik voor mijn moeder moest zorgen, werd ik niet verbitterd en uitgeput. Ik had de beperkingen van het ego overstegen. En als ik me gevangen in mij ik voelde, ging ik zitten en heel bewust ademen. Meteen had ik contact met het leven en besefte ik dat ik verbinding had met mijn voorouders, met mijn vader en met Cuong. Mijn voorouders zijn mij. Ik ben nooit alleen. Ik kan altijd hulp vragen. Zo kon de energie weer stromen die aan het stagneren was toen ik aan het piekeren was met mijn klein ik. Ik was af en toe fysiek moe maar nooit psychisch moe. Ik voelde me ondersteund door het leven en had niet meer het idee dat ik alles alleen deed. Ik heb niets gedaan. Het leven heeft het gedaan.

In sommige geval is zorgen voor jezelf toch wel het beste wat je kan doen om voor de ander te zorgen. Als je bijvoorbeeld vooral gericht bent op jezelf en dingen doet die de stabiliteit van je gezin of je familie in gevaar brengt. Je houdt niet rekening met de ander, met zijn lijden en zijn angst. Dat komt doordat je je eigen lijden nog niet hebt gezien. Door je eigen lijden te zien en te begrijpen waarom je bijvoorbeeld bepaalde dingen doet kun je uiteindelijk ermee stoppen, zoals drugs en alcohol te gebruiken, je roekeloos te gedragen. Je gezin komt vóór jou ik en je zorgt in feite voor het geluk van je gezin. Je volgt de impulsen van je ik niet meer en gebruik je inzicht. Inzicht is heel breed en beperkt zich nooit tot een individu. Echt inzicht omvat het hele leven en overstijgt het ik.

In zorgen voor iemand kan ook veel controle in zitten. Soms is de reden om voor de andere te zorgen niet willen lijden. Dan denk ik: “als hij/zij doet wat ik wil en mijn tips volgt dan ben ik gelukkig en lijd ik minder”. Het is het ego die zich ermee bemoeid! Het ik wil controle over de situatie hebben. Op dat moment zorg ik niet voor de ander maar voor mezelf. Ik kijk niet waar de ander staat en wat hij/zij werkelijk nodig heeft. Dat is een hele kunst om te begrijpen wat de ander nodig heeft. Als mijn ik te veel aanwezig is lukt dat niet want ik ga alles vanuit mijn perspectief zien. Alles wordt door mijn voorkeur gekleurd en mijn wil is dan sterk. “Als je mijn advies niet volgt, vind ik je minder aardig en wil ik je niet meer helpen want je luistert toch niet naar mij”. Dat is niet zorgen voor de ander en ook geen liefde. Echte liefde is onvoorwaardelijk. Dus tijdens de maanden met mijn moeder was er af en toe strijd in mij. Op het moment dat ik de strijd stopte door te denken: “Goed, ik ben niet goed bezig. Ik probeer iets aan mijn moeder op te leggen die ze niet wil”, ging het heel anders. Bijvoorbeeld: ik wilde niet dat ze weer auto zou rijden. Maar zij wilde dat graag. In het begin was ik de hele tijd aan het zeggen dat het gevaarlijk was. Dat ze misschien niet meer de goede reflexen zou hebben en zo voort. En ze was geïrriteerd. En ik begreep uiteindelijk dat ik haar pijn veroorzaakte met mijn wil. Door mijn wil gaf ik haar geen kans om zelf de beslissing te nemen. Ik vertrouwde haar niet. En ik schaamde me erover! Ik besloot om het aan haar over te laten met toch de tip dat, als ze weer wilde rijden, misschien eerste een paar lessen gaan volgen met een rijinstructeur. Uiteindelijk deed ze dat niet en besloot zelf in januari haar auto te verkopen.

Zorgen voor mijn moeder heeft me veel bewondering en liefde voor haar laten voelen. Wat een energie heeft ze en wat een doorzettingsvermogen! Ze moest zo veel inleveren: haar huis, haar auto, haar trots want nu moet ze met een stok lopen. Maar ze geniet des te meer want wat ze nog kan doen en van haar vrijheid in haar nieuw woonruimte.

Hier is wat ik begrijp onder het woord “compassie”: Iemand heeft pijn. De ander herkent die pijn als zijn eigen pijn. Er is geen verschil. De pijn wordt gedragen door het leven en blijft niet. Het stroomt en stagneert niet bij iemand als die gedeeld wordt. In de pijn is ook geluk aanwezig want je weet dat het niet je pijn is en ook niet de pijn van de ander. Iets is aan het manifesteren, zal even aanwezig zijn en gaat uitdoven. Wat het ook is, het is bijzonder. Cuong noemt dat een bijzondere manifestatie van geluk.

Dus we kunnen voor elkaar zorgen met compassie en inzicht of we kunnen voor elkaar zorgen met onwetendheid over wie we zijn en wie de ander is. De eerste vorm van zorgen is helend voor de gever en de ontvanger, de tweede vorm is heel beperkt en brengt op lange termijn geen geluk maar frustratie voor iedereen.

In dat licht is zorgen voor elkaar de beste manier om voor onszelf te zorgen. Het verzwakt ons ik. Het verbindt ons met onze wortels en het leven. Het herinnert ons dat we niet anders zijn dan de ander. Het helpt ons om te stoppen om alles te willen controleren. Het stopt de discriminatie: ik en de ander, ik en de aarde, ik en de planten en dieren. Het maakt je vrij.

Zo raakte ik het ware geluk aan. Het is het geluk dat niet afhankelijk is van een oorzaak. Wat ook in het leven gebeurt kan ik stabiel blijven door de steun die ik van mijn wortels en van het leven krijg.