Zo wijs als een deur

Vorige week tijdens de zitmeditatie was de deur niet goed dicht en rammelde hij af en toe door de tocht. Ik ben van het soort dat daar helemaal niet tegen kan. Ik zat direct heel onrustig. Vragen kwamen op: zal ik opstaan en hem dichtdoen? Zal ik blijven zitten en deze onrust ondergaan? Ik koos voor het laatste. Gedurende een tijdje was nog iedere rammel een bron van onrust en irritatie. Daarna besloot ik te onderzoeken wat er aan de hand was. Wat een goed idee!

Ik merkte dat ik een heel simpele denkwijze had: de deur irriteert mij, ik ga hem dicht doen, zodat mijn irritatie weg is. Met andere woorden: ik lijd, dat komt door hem. Ik elimineer hem, zodat mijn lijden stopt. Vervolgens merkte ik dat de werkelijkheid veel complexer is: eigenlijk kun je niet zeggen dat de deur het geluid maakt. Zonder tocht zou die deur namelijk niet bewegen en ook geen geluid maken. De deur is machteloos in de tocht. De tocht is bewegende lucht. Dat de lucht beweegt is niet de schuld van de lucht. De lucht is machteloos in het spel van verschillen in luchtdruk, temperatuurverschillen enzovoorts. Dus hoe beter je onderzoekt, hoe duidelijker het wordt dat je niets verantwoordelijk kunt stellen voor het geluid. Die constatering bracht een soort bewondering voor de deur. Wat een rustige deur is dat toch. Hij laat zich ontspannen in beweging brengen en tegen de deurpost aan botsen, zonder er warm of koud van te worden.

De hele week bleef deze deurmeditatie bij me. Ik dacht regelmatig aan de rust van de deur en aan de rust die mijn contemplatie mij had gebracht over het rammelen van deuren, waardoor het me niet meer stoorde. Ik kreeg zelfs het plan om een bordje te bestellen voor op de deur met daarop: Dharmadeur.

De deur had kunnen denken, oh ze zijn aan het mediteren en ik maak herrie. Als er tocht komt zal ik me schrap zetten zodat ik niet rammel. Of: nou, daar zitten die brave boeddhisten weer op hun matjes. Ik zal eens extra hard rammelen om ze het bloed onder de nagels vandaan te halen! Of zijn buurman, de kantoordeur, die wel stil is denkt: goh, wat is mijn buurman toch rumoerig. Waarom is hij niet net zo braaf en stil als ik? Of de rammelende deur denkt: wat is mijn buurman mooi stil. Kon ik maar zo stil zijn! Nee, al dat soort onnodig geneuzel is de deur vreemd. Als het tocht rammelt hij en als het niet tocht is hij stil. Het is hem om het even.

Zondagochtend tijdens de meditatie besefte ik ineens mijn eigen “deur-heid” en hoe vaak ik dat niet doorheb. Elke rammel in mij, mentaal of fysiek, is een samenkomst van alle condities in mij en buiten mij. Ik ben in volledig open verbinding met de hele kosmos en kan mezelf niet los zien daarvan. Mijn gevoelens en gedachten leiden zo vaak tot verkeerde conclusies, verregaande versimpeling van de realiteit, net als tijdens mijn initiële irritatie over de deur. Alles wat in mij plaatsvindt gebeurt in samenhang met alles buiten mijzelf. Ik besta goed beschouwd niet als een afgescheiden entiteit. Ineens dacht ik: wat is het mooi om een deur te zijn. We zeggen soms: zo gek als een deur, maar ik vind dat we moeten zeggen: zo wijs als een deur.