Over winkelierswijsheid en trots

Er is een winkelierswijsheid die ik moest leren in de tijd dat ik winkelverkoper was: “de klant heeft altijd gelijk”. Deze wijsheid hoor je te herinneren op het moment dat er een klant in de winkel komt met een verhaal waarvan je denkt: hij staat te liegen. Bijvoorbeeld: hij komt terug met een jas die hij net gekocht heeft en hij zegt: kijk dit gat ontdekte ik toen ik thuiskwam, het zat er al in toen ik hem kocht. Je denkt: hij liegt en je neiging is om hem dat te zeggen. Als je dat op moment kunt denken “de klant heeft altijd gelijk”, dan voorkom je dat je de fout in gaat. Natuurlijk, er is een zakelijk belang. Als je geld wilt verdienen is het niet handig om ruzie te maken met klanten, temeer omdat er vaak ook nog omstanders zijn, de achterban van de klant, internet fora, enzovoorts.

Maar eigenlijk win je hiermee veel meer dan een paar euro. Als je de klant op dat moment serieus neemt, dan is de situatie gered, voor jou en voor hem. De klant “lijdt” en wil gehoord worden. Als je dan kunt luisteren, dan kan de rust in de klant terugkeren en voorkom je dat zijn lijden ook jouw lijden wordt. Of de klant uiteindelijk een nieuwe jas krijgt is nauwelijks van belang. Die jas is gewoon een kanaal geweest voor hem om jouw oprechte interesse te voelen en, misschien onbewust, zijn eigen geluk terug te vinden.

Als je er goed over nadenkt, dan zie je dat dit opgaat in iedere relatie, niet alleen klant-winkelier. Heel vaak zijn we afgeleid door de woorden en daden, en zien we niet het lijden wat daarachter schuilgaat. Een van de dingen die ik het meest bewonder aan Cuong is hoe hij steeds weer demonstreert dat hij de vraag achter de vraag hoort, het lijden achter de woorden of daden. Het is zo helend voor mensen om een antwoord te krijgen op een vraag die ze zichzelf nog niet bewust waren, een vraag die schuilging achter de hoorbare vraag.

Wij kunnen dat ook. Dat begint met een glasheldere blik op onszelf. Als we onszelf objectief durven te bestuderen, dan ontdekken we het mechanisme dat de verpakte roep om hulp van de ander blokkeert. Wanneer dat doorzien is, kunnen we veel beter luisteren. Dan horen we wat verstopt is in datgene wat gezegd wordt. En dan kunnen we datgene zeggen wat de ander eigenlijk nodig heeft. Wat overigens niet altijd is waar hij om vraagt.

Mooie theorie misschien, maar in een conflict zul je je vaak afvragen: waarom moet ik dat altijd doen, waarom niet die ander? Het gekke is: iedereen denkt dat, iedereen heeft steeds het gevoel dat hij altijd degene is die die stap zet, of dat dat van hem verwacht wordt. Die gedachte komt door trots, en trots maakt eenzaam. Hoe meer trots, hoe meer eenzaamheid.

We denken vanuit individuen, vanuit óf ik, óf de ander. Maar als we de situatie, het leven, centraal kunnen stellen, dan kunnen we ons bevrijden van het individu-denken. En wie ook die stap zet, het neemt de pijn weg bij beiden, en vaak ook nog bij omstanders. Als wij uit trots niet die stap zetten, dan laten we niet alleen de pijn van de ander, maar ook die van onszelf voortduren, en zelfs vergroten. En als we onze trots aan de kant zetten, dan ontvangen we het respect van onszelf, van de ander en van de omstanders.