Vergankelijkheid

We zijn grootouders geworden deze zondag 20 mei 2018 en we zijn ontzettend blij en dankbaar. Het is een wonder om een kindje geboren te zien en des te meer als je dochter de moeder van dat kindje is. Wat een wonder. Wat bijzonder dat een lichaam het mogelijk maakt om zich voort te planten!

Onze kleinkind heet Max Achille. Hij is prachtig. Direct na de geboorte is er al verbinding. Een stroom van zonnige liefde gaat naar hem toe en tegelijkertijd voor mij dan kwamen ook enkele wolkjes van zorgen. We wensen Max veel geluk, gezondheid, liefde en tegelijkertijd weten we dat hij zal bijvoorbeeld kinderziektes krijgen. Hij zal ook uitdagingen ontmoeten in zijn leven en geconfronteerd worden met problemen. We hopen dat hij in vrede mag leven in een veilige wereld. Maar we weten niet hoe de situatie in de wereld in de toekomst zal zijn. Hij zal dus af en toe lijden en ook heel gelukkiger zijn. Zo is het leven.

In het boeddhisme kennen we 5 contemplaties over vergankelijkheid. Die worden iedere dag door monniken gereciteerd. Het herinnert ons dat niets is blijvend in het leven. Want vanuit ons bewustzijn is het moeilijk om dat te beseffen en de vergankelijkheid te accepteren. Onze bewustzijn zoekt zekerheid en vasthoud. Het echte leven (niet die van onze illusies) biedt dat niet. Het leven is per definitie dat alles continu verandert. Het maakt het groeiproces mogelijk van planten, dieren, mensen.
De 5 contemplaties gaan als volgt:

  1. Het zit in mijn natuur om oud te worden. Er is geen enkele manier om aan het oud worden te ontsnappen.
  2. Het zit in mijn natuur om ziek te worden. Er is geen manier om aan het ziek zijn te ontsnappen.
  3. Het zit in mijn natuur om dood te gaan. Er is geen enkele manier om aan het doodgaan te ontsnappen.
  4. Van alles wat ik liefheb en vandaag waardeer, zal ik er in de toekomst afscheid van moeten nemen.
  5. Mijn enige erfenis is de consequentie van mijn lichamelijke-, sprake- en bewustzijn acties. Mijn acties vormen de grond waar ik op sta.

We hebben sinds begin maart van heel dichtbij deze contemplaties kunnen ervaren.
Wat betreft de eerste vier:
Mijn moeder is oud geworden en heeft ineens veel lichamelijke problemen. Onze neef is overleden. Een ex-medewerkster en een hele goede vriend zijn ook overleden. We moesten van al die mensen afscheid nemen.
Gelukkig is nu Max geboren en brengt met zijn geboorte veel vreugde in de familie.
En met de 5de contemplatie: “Mijn enige erfenis is de consequentie van mijn lichamelijke-, sprake- en bewustzijn acties. Mijn acties vormen de grond waar ik op sta “, komen we in een andere dimensie. De dimensie van de Dharma, van de leer van de Boeddha. De eerste vieren zijn gerelateerd aan de wereldse dimensie, de dimensie van de vorm. De vijfde is een opening naar inzicht en compassie. Het herinnert ons wat echt belangrijk in het leven is. In mijn ogen zijn begrip, medeblijdschap, geven (van tijd, energie, geld…), luisteren belangrijk ingrediënten. Het geeft ons een stabiele basis en zijn niet afhankelijk van vormen. Als we de eerste vier contemplatie lezen zouden we ervan weemoedig of gedeprimeerd kunnen voelen maar de 5de leert ons iets heel belangrijk. We kunnen op iedere moment gelukkig zijn wat ook in het leven gebeurt. Door onze zintuigen zijn we langzaam gehecht geraakt aan de vormen en zien we dieren, planten en mensen als afzonderlijke vormen. We zijn het totaalbeeld kwijtgeraakt. De 5de contemplatie helpt ons om weer verbinding te ervaren met alles en iedereen. Vanuit gaande van de vergankelijkheid van het leven, kunnen we stoppen met onze tijd te verspillen in activiteiten die schadelijk zijn voor ons, andere mensen en het milieu. Beseffen hoe wonderlijk en vergankelijk het leven is, geeft me zin om een diepe verbinding te zoeken met alles en iedereen, tijd te maken voor elkaar en iedere moment waarderen. Ik leer goed te kijken naar wat mijn ik zo belangrijk vindt. Is dat werkelijk belangrijk? We hebben altijd een eerste reactie op iets of iemand en die moeten we niet vertrouwen. Die komt van onze ego en die zoekt zijn eigen belang. Cuong geeft ons als oefening om niet te reageren op de eerste neiging van onze bewustzijn maar de tijd te nemen om onze inzicht te gebruiken en het ego te overstijgen. Dan laat je achter de wereld van de vorm en beland je in de Dharma, de non-vorm, de wereld van inzicht en compassie. Je ziet de “intertransformatie”, zoals Cuong dat noemt, in het leven. We beïnvloeden elkaar. We zijn in de diepste van ons wezen EEN met alles. Daarom zijn mijn acties de grond waar ik op staat. Ik ben één met alles en mijn acties hebben een impact op alles.