Manas en de vier aspecten van de ik

Wij, als mens, willen vaak graag dat niets verandert zolang dat we een situatie leuk en aangenaam vinden. We willen gezond blijven, goed zijn. We hebben moeite om met de dood om te gaan want we zijn bang. We gaan onze identiteit voorgoed verliezen en hebben geen idee wat na de dood gebeurt.

Soms geloven we in een zelf, iets dat altijd zal zijn en terug zal keren. Een ziel die weer in een ander lichaam terug keert. Of we zien onszelf in onze kinderen. Zo blijven we voortleven. We willen dat graag geloven omdat we wensen een vorm van continuïteit in onze bestaan te vinden. Maar de leer van de Boeddha is het tegenovergestelde. In drie woorden is het: alles is vergankelijk, alles verandert en er is geen zelf.

Terug naar het bewustzijn met zijn 8 onderdelen. De eerste 6 horen bij de zintuigen en het denken. De manas, de 7de is een product van Alaya Vijñana, het opslag bewustzijn. In het opslag bewustzijn is alles aanwezig maar Alaya Vijñana is neutraal. Het ontvangt alle ervaringen, bewaart ze allemaal en laat alles rijpen.

Manas is de bedenker van de buitenwereld en binnenwereld. Hij is gevormd vanuit Alaya Vijñana om ons een kans te geven om te overleven. We moeten kunnen herkennen of een situatie gevaarlijk is of niet voor ons bestaan. In de loop van de evolutie is manas steeds complexer geworden en goed getraind om te onderscheiden. Hij kan alleen en heel snel oordelen of iets positief of negatief is. En voor hem blijft het zo voor altijd. Hij checkt continu in Alaya Vijñana een nieuwe situatie met ervaringen uit het verleden. Was een ervaring voor hem als negatief bestempeld, dan de nieuwe situatie die erop lijkt zal voor hem ook negatief zijn. Was een ervaring fijn dan wilt manas die nu en in de toekomst herhalen. Op die manier bouwen we continu een muur van ideeën, oordelen en waarheden om ons heen en verliezen we het contact met het leven. Het is een muur die we zelf hebben gecreëerd. We delen het leven in twee. Manas is niet vrij maar bedekt door onwetendheid. Onze gehechtheid aan een ik leidt ons naar lijden.

Manas heeft verschillende aspecten, verschillende ik-kenmerken. In het werk van Vasubandhu worden er 4 genoemd. Cuong Lu vertaalde ze al volgt:

  1. Ik-stommiteit: dat is het niet kunnen zien dat een ik een illusie is, een creatie van het bewustzijn. En dat een ik, i.p.v. van ons naar het ware geluk te brengen, ons naar lijden brengt. Ik noem dat de Ik- betovering. Het heeft niets te maken of je intelligent bent of niet. Het gaat om het niet vrij zijn van een ik. Een ik blijft constant vergelijken, zich meten. Maar waarop is dat meten gebaseerd? Op onjuiste ideeën.
  2. Ik-visie: het gaat om jezelf, om je ik. Alles draait om ik. Dat is egoïsme. Zelf als je altruïstisch bent kan het zijn dat je jezelf in de ander ziet. Het kan nog steeds egoïsme zijn. Je doet iets voor de ander omdat je je “ik” in de ander herkent. Je bent nog steeds op zoek naar continuïteit via de ander.
  3. Ik-arrogantie. Ik ben de allerbelangrijkste. Ik ben belangrijker dan jij. Dat vind je op nationaal niveau ook! America first! Maar jezelf het allerbelangrijkste vinden maakt dat we denken dat we eerst gelukkig moeten zijn om iemand anders gelukkig te kunnen maken. Dat zolang we niet eerst voor onszelf goed zorgen, wij niet voor de ander kunnen zorgen. Dat er grenzen zijn aan wat we voor een ander kunnen doen. Een subtiele vorm van arrogantie is: graag willen geven maar niet willen ontvangen. Door te geven voelen we ons goed, superieur. Ontvangen vinden we moeilijk omdat we ons dan minder voelen.
  4. Ik-liefde. Het zoeken naar geluk voor onszelf. Goed voor onszelf zorgen. Zo lang je niet onthecht bent aan een ik blijf je egoïstisch. Je doet alles voor een ik en versterk je het ego. Je bent ijverig voor het ego. Je werkt dag en nacht voor het ego. Je versterkt je eigen gevangenis. Je bereikt nog geen harmonie want in zo’n gemeenschap is iedere met zichzelf bezig en wordt ongevoelig voor andere mensen. Je kunt niet van andere mensen houden.

Als je dat niet kan, ben je niet vrij, ben je niet onthecht van je ik-stommiteit, ik-visie, ik-arrogantie en ik-liefde. Dat is de manas en die bepaalt je gedachten. Hij is het fundament van alles. Als je niet vrij bent van de vier aspecten van de manas kun je niet tot concentratie komen. De vier ik-aspecten storen de concentratie. Je denkt te veel aan jezelf, je ontkent je angsten. Concentratie hier is een soort vredigheid, harmonie. Het geeft je een richting. Er is geen gevecht meer tussen goed en slecht. Door het stoppen met het gevecht in jezelf heb je veel meer energie en tijd.

“De opdracht van ons leven is onthechten van een ik”, zegt Cuong.