Je oorbewustzijn is een poortwachter

Je oor is een poort en je oorbewustzijn is een poortwachter. Er zijn 5 poorten (oor, oog, neus, mond en lichaam) en op elke poort bevindt zich een poortwachter. Vergelijk het met de Air Marshalls van de USA, veiligheidsbeambten die op buitenlandse luchthavens gepositioneerd zijn om reizigers al voordat ze in het vliegtuig stappen te kunnen ondervragen en eventueel tegenhouden.

Het oorbewustzijn keurt alles wat het hoort en deelt het in, in goed/fout, mooi/lelijk, waar/niet waar, etc. Laten we de Sangha als voorbeeld nemen van hoe dat in zijn werk gaat. Je luistert naar mij en of je het wilt of niet, je bewustzijn keurt. Misschien ontstaat de gedachte: “dit klopt niet”, of “wat een gezeur!” Aldus wordt dat wat je hebt gehoord opgeslagen. Dit wordt toegevoegd aan eerdere beelden die je hebt gevormd van mij, van de Sangha-avond, van boeddhisme, enz. Als er voldoende van dat soort negatieve beelden zijn gekoppeld aan mij, dan zal je mijn gezelschap gaan mijden. Het kan ook zijn dat je mij best oké vindt, zolang ik maar niet over boeddhisme begin, dan zal je mij niet mijden, maar alleen niet meer op de maandagavond meedoen. Je bewustzijn heeft je zover gekregen dat je je koers in het leven wijzigt.

Het kan ook dat de volgende gedachte komt: “ja, dat klopt precies met wat ik altijd al dacht”, of een andere positief beoordelende gedachte. Dan kom je juist graag naar de meditatie-avond, want je wordt steeds bevestigd in je “waarheden”, iets wat het bewustzijn erg prettig vindt.

Of het oordeel nou positief is of negatief, het laat zien dat als we niet wakker zijn, we tamelijk willoze slachtoffers zijn van ons bewustzijn voor wat we denken, zeggen en doen. En je vraagt je misschien af: en wat dan nog? Zo werkt dat nou eenmaal.

Dan komen we bij de vraag: wat maakt een boeddhistische meditatie-avond boeddhistisch? Het boeddhisme begint bij de bevrijding van de Boeddha. Wat was die bevrijding? Het was het moment waarop Siddharta Gautama zich bevrijdde van zijn bewustzijn, waarna hij Boeddha genoemd werd. De Boeddha ontdekte dat het bewustzijn de maker is van het “ik”, en dat het “ik” niets meer is dan een set overtuigingen. Wanner we die overtuigingen los kunnen laten zien we dat we geen afgescheiden wezens zijn, zien we dat geboorte en dood illusies zijn en zijn we bevrijd van angst.

Hoe kunnen we dit inzicht gebruiken op de maandagavond en in de rest van de week? Door vrij van bewustzijn te luisteren. We luisteren naar de spreker en zien ons bewustzijn, tegelijkertijd. Wat doen we met de goedbedoelde gedachten die van ons bewustzijn creëert? We doen helemaal niets. Dat is de oefening van het “nietsdoen”. We hoeven niets te doen. We zien de gedachte, dat is alles. Wanneer we de gedachte niet voeden zal hij vanzelf weer uitdoven. En zo kunnen we volledig open zijn voor datgene wat de spreker te melden heeft, vrij van oordeel.

Het is goed om regelmatig iemand iets te horen zeggen waarmee je het niet eens bent, of wat je ergert, want daarmee wordt je bevrijd uit je bewustzijnsgevangenis. Je wordt eraan herinnert: o ja, ik was weer even slaaf van mijn bewustzijn. Dankzij dit onprettige gevoel ben ik weer bij de les. En zo kunnen we zelfs dankbaar zijn voor die onrustbrenger, omdat hij/zij ons wakker maakt.